Terugkerende koliek (in relatie tot voeding)

 

Doorgaans is koliek goed te verhelpen of behandelen door je dierenarts. Wanneer je paard last heeft van herhaaldelijke koliekaanvallen, is het belangrijk om gestructureerd het (stal)management langs te gaan om inzicht te krijgen in de mogelijke oorzaken. Terugkerende koliek vindt vaak plaats in het voorjaar (overgang van stal naar weide) en najaar (overgang van weide naar stal). Omdat juist bij terugkerende koliek de oorzaken zeer verschillend kunnen zijn (van voeding, stalmanagement tot lichamelijke oorzaken) is het verstandig om samen met je dierenarts op zoek te gaan naar de oplossing. Mogelijk zijn er verschillende maatregelen die je in kunt voeren om zo de oorzaken van koliek weg te nemen.

 

Stalmanagement

Goede huisvesting biedt voldoende beweging en onbeperkt of voldoende ruwvoer van goede kwaliteit. Daardoor blijven de darmen actief en is er een goede vertering. Geef ruwvoer nooit direct op een zandbodem om zandkoliek tegen te gaan. Gebruik liever een slowfeederof voerrek. Paarden met overgewicht kun je op vaste voertijden ruwvoer van lagere kwaliteit geven zodat ze nog steeds voldoende kunnen eten. Als stelregel voor de minimale hoeveelheid kun je 1 kg droge stof per 100 kg lichaamsgewicht rekenen. Daarnaast geldt: niet langer dan 6 uur zonder voer. Te lang zonder eten geeft risico op maagzweren, stress en koliek. Zet een paard liever geen nacht zonder ruwvoer, omdat dit naast koliek ook voor stress en maagzweren kan zorgen. Kan het niet anders, geef dan altijd eerst ruwvoer en daarna pas krachtvoer zodat de vertering weer op gang kan komen.

 

De darmen van je paard zijn erg gevoelig voor veranderingen in het rantsoen. Voer veranderingen in het rantsoen daarom altijd geleidelijk in en houd hierin een overgangsperiode aan. Dit geldt niet alleen bij het begin en aan het einde van het weideseizoen, maar bijv. ook bij het overstappen naar een nieuwe partij kuilvoer.

 

LET OP: het vezel-, suiker- en fructaangehalte in het gras kan in het voor- of najaar en tijdens droge periodes erg wisselend zijn. Dit geeft een verhoogd risico op koliek of diarree, maar ook op hoefbevangenheid (met name bij insulineresistente paarden).

 

Lichamelijke aandoeningen

Ook lichamelijke aandoeningen zoals gebitsproblemen (met name bij oudere paarden), darmproblemen (ontstekingen, beschadigingen van de darmwand door bijv. een wormbesmetting, verstoring van de darmflora door bijv. medicatie) en stalondeugden (luchtzuigen) kunnen koliek veroorzaken. In deze gevallen is er aangepaste voeding nodig die het verteringsstelsel ondersteunt en waar mogelijk helpt te herstellen.

 

Tot slot

Meten is weten! Maak de leefomstandigheden van je paard inzichtelijk (gebruik een checklist) en meetbaar (weeg het voer). Betrek je je dierenarts in de zoektocht naar de oorzaak van de koliek, eventueel is uitgebreid onderzoek nodig. Overleg met hem/haar over hoe het stalmanagement verbeterd kan worden en zoek samen naar de oplossing. Met een aangepast rantsoen zijn veel terugkerende koliekklachten onder controle te krijgen.

 

Meer lezen?

Lees het volledige kennisartikel ‘Terugkerende koliek en de relatie met het rantsoen’ op Paardenarts.nl.

Dierenkliniek Midden Nederland
Dierenarts in Utrecht

Dierenkliniek Maartensdijk - Hoofdlocatie
Tolakkerweg 157
3738 JL Maartensdijk (UT)

T : 0346 725 998
E : info@dkmidden.nl


KVK nr : 73249823
BTW nr : NL 182938359B02
Rekeningnr : NL21ABNA 0599050454


Wij werken volgens de richtlijnen van KNMvD.