Paarden en weidegang

 

Paarden zijn grazers en weidegang lijkt voor je paard dan ook het meest natuurlijk. Echter is weidegang niet te vergelijken met de situatie van paarden in het wild. Een paard in het wild loopt zo’n vijf tot tien kilometer per dag, eet onderweg en blijft niet lang op dezelfde plek. Het heeft een groot gebied tot zijn beschikking en komt pas veel later weer op dezelfde locatie terug. De mest wordt daardoor ruim verspreid en de natuur heeft ondertussen voldoende tijd gehad om te herstellen.

 

De meeste paardenhouders hebben helaas niet de beschikking over vele hectaren grasland. Weiden zijn erg variabel in kwaliteit en voedingswaarde en de zorg voor een goede grasmat vergt kennis van zaken, tijd en geduld. Omdat ook ieder paard weer een andere behoefte heeft en weidegang ook gezondheidsrisico’s (o.a. insulineresistentie, hoefbevangenheid, koliek) met zich mee kan brengen, begrijp je dat er helaas niet één standaard manier is voor het geven van weidegang. Gezondheidsrisico’s: wel of geen weidegang aanbieden?

 

Overgang van stal naar weide

Paarden zijn erg gevoelig voor voerveranderingen. Een plotselinge grote verandering – van hooi en krachtvoer naar gras – kan bij een paard leiden tot een verstoring in het verteringsstelsel, met koliek, hoefbevangenheid en diarree tot gevolg. Verandering in voedingsstoffen moet dan ook geleidelijk gaan, zodat de enzymproductie in de dunne darm en de bacterieflora in de dikke darm zich kunnen aanpassen.

 

Overgewicht

Nederlandse weiden hebben door de vruchtbare bodem een hoge opbrengst aan mals gras. Het paard haalt hier veel energie en eiwitten uit, waardoor er bij onbeperkte weidengang op langere termijn een risico is op overgewicht, met alle gevolgen van dien (insulineresistentie en/of EMS, hoefbevangenheid, e.d.).

 

Snelle variatie in samenstelling van voedingsstoffen in het gras

Op korte termijn ligt het risico bij de snelle variatie aan voedingsstoffen in het gras, tijdens de groei maar ook gedurende de dag. Onder invloed van zonlicht maakt het gras suikers aan, welke met name  s’nachts worden omgezet t.b.v. de groei van de plant. Een goed moment voor weidegang is dan ook de ochtend; het suikergehalte is dan lager dan aan het einde van de middag.

 

Extra opgepast moet worden in het voor- en najaar bij koude nachten (onder de 5 graden/met name bij nachtvorst) in combinatie met zonnige dagen. In een koude nacht stagneert de groei juist, waardoor het gras in de ochtend een extra hoog suikergehalte heeft. Je kunt de paarden dan het beste pas in de middag de wei op laten.  Meer informatie over voorjaarsgras volgt in een volgend artikel.

 
Risicopaarden (met regelmatige koliekklachten, mestveranderingen, insulineresistentie, EMS of die eerder hoefbevangen zijn geweest) kun je beter helemaal geen weidegang aanbieden. Zo kunnen paarden met insulineresistentie door een suikeropname een enorme insulinereactie krijgen met hoefbevangenheid tot gevolg.

 

Blessures

Paarden die lang op stal hebben gestaan en vervolgens even de wei op mogen, kunnen rare capriolen uithalen. Verklein het risico op blessures en zorg ervoor dat je paard geregeld uitloop en beweging krijgt.

 

Voor welke paarden is weidegang wel gezond?

Welke hoeveelheid gras voor een paard gezond is, verschilt per paard. Gezonde paarden die met beleid geweid worden, hebben veelal geen last van de suikers in het gras. Doordat gras goed verteerbaar is en vaak een redelijk hoog eiwitgehalte heeft, is gras doorgaans wel gezond voor:

  • Drachtige merries
  • Merries en opgroeiende veulens
  • Paarden die last hebben van harde mest of verstoppingskoliek
  • Paarden die te mager zijn
  • Oudere paarden met een slecht gebit

 

Meer lezen?

Dit is een samenvatting. Lees het volledige en praktische kennisartikel ‘Weidegang; lust of last’ op Paardenarts.nl van Dr. Anneke Hallebeek (dierenarts, specialist veterinaire diervoeding en auteur bij Paardenarts.nl), met alle ins & outs, risico’s en tips over het aanbieden van weidegang aan paarden.

Dierenkliniek Midden Nederland
Dierenarts in Utrecht

Dierenkliniek Maartensdijk - Hoofdlocatie
Tolakkerweg 157
3738 JL Maartensdijk (UT)

T : 0346 725 998
E : info@dkmidden.nl


KVK nr : 73249823
BTW nr : NL 182938359B02
Rekeningnr : NL21ABNA 0599050454


Wij werken volgens de richtlijnen van KNMvD.