Vaccineren van uw dier

Vaccineren: is dat nou wel nodig? Het vervolg!

 

Er is een hoop gaande over de vraag of het jaarlijks vaccineren van uw dier nou wel echt nodig is. Dat is een tweeledige vraag die vaak over één kam geschoren wordt en daarom tot veel verwarring leidt: er is een verschil tussen de vraag óf we moeten vaccineren en hoe váák we dat moeten doen. Wij als dierenartsen worden soms in een kwaad daglicht gezet omdat het voor sommige mensen voelt alsof we u onnodig geld afhandig maken. Mensen worden (over het algemeen) immers ook alleen maar als kind gevaccineerd, dus waarom zou dat niet voldoende zijn in het geval van onze huisdieren? Er is helaas niet zomaar een gemakkelijk antwoord te geven op deze vraag. Ik zal proberen om het wat beter aan u uit te leggen.

 

Waar een keuze gemaakt moet worden, wordt er als eerste aan geld gedacht. Waar geld ooit een ruilmiddel was, is het nu een manier van leven geworden. We komen uit een tijd dat er een groot prijskaartje hing aan de jaarlijkse enting. Dat deze prijzen terecht waren en vanuit bedrijfseconomisch standpunt ook noodzakelijk is een heel ander onderwerp waar we binnenkort op in zullen gaan. Nu leven we in een wereld waar er een groot gat zit tussen wat het beste is en wat de werkelijkheid is en daarbij verandert de wereld nou eenmaal. De werkelijkheid laat zien dat de prijzen van vaccinaties steeds verder omlaag gaan, dit maakt het wel weer een stuk toegankelijker voor veel mensen die het in de oude situatie oversloegen. Laten we er vanuit gaan dat de keuze wel of niet vaccineren niet meer van het prijskaartje afhankelijk is.

 

Waar baseren we onze keuze dan wel op? Ik durf te zeggen dat we die keuze niet op kennis of op feiten baseren, maar dat het een gevoelskwestie is. Je doet het wel, of je doet het niet. Iedereen heeft zijn eigen redenen daarvoor, er zijn namelijk voor ieder standpunt goede redenen aan te dragen. Geld, hebben we gezien, kan tegenwoordig geen reden meer zijn. Er is simpelweg nog erg veel onduidelijkheid op het dieren-vaccineren-vlak vanwege een tekort aan onderzoek en geld. Het komt er in veel gevallen op neer dat dierenartsen blijven doen wat we altijd al hebben gedaan: uw dier jaarlijks een prik geven. Dat is een vrij conservatieve werkwijze, die misschien goed is, maar misschien ook helemaal niet. Ik als dierenarts (en wij als praktijk) wordt erg geprikkeld door onduidelijkheid, vooral als het een onderwerp is wat erg leeft in de samenleving. Ik hoop dat ik u nog wat kan leren vanuit mijn eigen zoektocht.

 

Als eerste moeten we begrijpen wat vaccineren is. Bij vaccineren wordt uw dier geïnjecteerd met een vaccin. Een vaccin is een levende/verzwakte of dode ziekteverwekker (denk aan virussen en bacteriën) die een reactie van het afweersysteem opwekt zonder uw dier ziek te maken. Dit houdt in dat het immuunsysteem antistoffen gaat maken tegen deze specifieke ziektekiem. Deze antistoffen blijven aanwezig en heten ook wel geheugencellen. Als uw dier in aanraking komt met de echte ziektekiem zal het immuunsysteem vanwege de geheugencellen deze indringer direct herkennen en veel sneller onschadelijk kunnen maken, in veel gevallen zonder er dus eerst ziek van te worden. Vaccineren betekent dus niet dat uw dier geen ziektekiemen meer kan oplopen (geïnfecteerd raken), maar wel dat de kans aanzienlijk kleiner tot nihil wordt dat uw dier er ook daadwerkelijk ziek van wordt. Er worden namelijk ook veel sneller nieuwe antistoffen gemaakt. Dit is een prachtig principe en is al in 1796 ontdekt door de Britse arts Edward Jenner. Hij kwam erachter dat wanneer je iemand met koepokken infecteerde (wat voor milde ziekteverschijnselen zorgde) die persoon beschermt was tegen Pokken, een ziekte die in de 18e eeuw 10% van de bevolking heeft gekost.

Vaccineren als principe is dus een hele goede zaak. Als we daar jaren geleden niet mee begonnen zouden zijn dan zouden we nog steeds last hebben van bijvoorbeeld hondsdolheid. In Nederland is er in 1988 voor het laatst een hondsdolheid (rabiës) uitbraak geweest onder dieren, welke gestopt is door een grote vaccinatiecampagne. Kijk vooral ook naar de Mazelen uitbraak in Nederland: in 2013 en 2014 is er een mazelenepidemie geweest voornamelijk onder niet gevaccineerde schoolkinderen.

Vaccineren op zichzelf is goed, maar overdrijven moeten we het zeker niet als daar geen noodzaak voor is. Dat brengt ons op het volgende punt: er vanuit gaande dat vaccineren als principe zinvol is, hoe lang beschermt een vaccin en wanneer moeten we deze herhalen? Ik denk dat we hier de juiste vraag te pakken hebben. Het gaat er niet zozeer om óf we moeten vaccineren, maar meer om hoe váák we dat moeten doen. De echte noodzaak om te vaccineren vervalt pas als de infectieziekte wereldwijd is uitgeroeid. Dat is met de bovengenoemde pokken gebeurd, deze ziekte komt niet meer voor op onze wereld, dus worden wij als mens er niet meer tegen gevaccineerd. Dat scheelt weer nare plekken op je lichaam. In Nederland worden onze kinderen gevaccineerd, niet omdat dit vaccineren ervoor zorgt dat je daarna levenslang beschermd bent, maar omdat dit de meest kwetsbare groep van onze bevolking is (samen met ouderen, zwangere vrouwen en mensen met een stoornis in hun afweer). Niet alle ziektes waartegen we mensen kunnen vaccineren worden standaard alleen aan kinderen gegeven. Er zijn genoeg vaccins die op een hele andere manier worden toegepast en niet tot de standaard kindervaccins behoren. Denk bijvoorbeeld aan de griepprik, of aan de vaccins die worden aangeraden wanneer je op reis gaat. Het is dus niet zo dat mensen alleen als kind gevaccineerd worden en dat we dat ook beter bij dieren kunnen doen.

De ziektes waartegen we onze huisdieren vaccineren komen nog steeds veelvuldig voor, ook in Nederland, en kunnen nare gevolgen hebben. Er bestaat geen enkel vaccin voor dieren die levenslange bescherming biedt. Om onze dieren te blijven beschermen zullen de vaccins dus herhaald moet worden gedurende hun leven. Jonge dieren worden vaker achter elkaar gevaccineerd vanwege de aanwezigheid van antistoffen van hun moeder (de zogenaamde maternale immuniteit). Ieder dier krijgt deze van hun moeder mee en deze stofjes zullen na de geboorte een aantal weken aanwezig blijven. Des te beter het moederdier gevaccineerd is, des te meer antistoffen haar nageslacht zal krijgen. Vaccineren doen we dus niet alleen voor het individu zelf, maar ook voor de generaties daaropvolgend. De aanwezigheid van de moederlijke antistoffen voorkomt dat het eigen afweersysteem van de pup of kitten reageert op ziektekiemen. Dit geldt dus ook voor de ziektekiemen van een vaccin. Zolang deze moederlijke stofjes aanwezig zijn wordt er geen geheugen opgebouwd door het eigen immuunapparaat en heeft een vaccinatie dus niet het beoogde effect. Hoe lang de maternale immuniteit aanwezig blijft verschilt per dier. Om te voorkomen dat onze pups en kittens ziek worden hebben we er daarom voor gekozen de vaccinaties op meerdere momenten te geven. Vroeg voor de dieren die weinig maternale immuniteit hebben tot laat voor de dieren die er veel van hebben. Zo hopen we ze allemaal te beschermen.

 

Er is van de dierenvaccins wel bekend hoe lang ze minstens beschermen, maar het is niet duidelijk hoe lang ze maximaal beschermen. Of je bescherming nodig hebt als dier is daarnaast ook afhankelijk van de situatie waarin je leeft: is de kans dat je met een ziekte in aanraking komt groot of niet? Het mooiste is als we per dier kunnen meten of er nog antistoffen aanwezig zijn, zodat we het vaccineren helemaal op maat kunnen doen. Dan vaccineren we niet meer overbodig, maar alleen als het voor het dier zelf nodig is. Dat meten heeft een naam: Titeren, en vindt plaats door het afnemen van een bloedmonster. Helaas zit ook hier weer een gat tussen wat het beste is en wat de werkelijkheid is. Er zijn verschillende testen op de markt die dit titeren mogelijk maken. Bij het bepalen van een titer wordt gemeten hoeveel antilichamen er aanwezig zijn. In de praktijk is dit nog niet zo gemakkelijk toe te passen: niet alle titertesten zijn betrouwbaar en de aanwezigheid van antilichamen hoeft niet te betekenen dat een dier ook beschermd is tegen de betreffende ziekte. Bij niesziekte wordt er namelijk geen correlatie gevonden tussen beide en titerbepalingen zijn daarom niet zinvol in dit geval. Daarnaast is de voorspellende waarde van een titer uitslag onduidelijk: hoe vaak moet het titeren herhaald worden om zekerheid te hebben over een beschermingsniveau. Wel is het een zeer goede ontwikkeling waar in de toekomst nog veel mee te behalen valt. Op dit onderwerp zullen we binnenkort uitgebreid terugkomen.

 

To be continued!

 

Ik wens u een fijne dag,

Dominique Morsink, dierenarts.



Dierenkliniek Midden Nederland
Dierenarts in Utrecht

Dierenkliniek Maartensdijk - Hoofdlocatie
Tolakkerweg 157
3738 JL Maartensdijk (UT)

T : 0346 725 998
E : info@dkmidden.nl


KVK nr : 73249823
BTW nr : NL 182938359B02
Rekeningnr : NL80 ABNA 0837 5592 00
LET OP nieuw rekeningnummer

Wij werken volgens de richtlijnen van KNMvD.